nieuws

  • Aantal ongevallen metaalsector verminderd


    Het aantal ongevallen in de metaalsector is in de periode 2009-2015 met bijna 25% afgenomen. Ook leven de bedrijven de wetgeving steeds beter na. Dit blijkt uit de rapportage over de metaalsector 2009-2015 door de Inspectie SZW

    De metaalsector telde in 2015 32.735 bedrijven. Hiervan zijn er ruim 4.600 geïnspecteerd. Het aantal werknemers bedroeg in 2015 ca. 373.800. Dit is 4,8% van alle werknemers in Nederland. De sector kenmerkt zich door een groot aandeel kleine bedrijven, zo heeft 83% tussen de 1-9 werknemers. Werken met machines en in aanraking komen met gevaarlijke stoffen zoals lasrook zijn belangrijke risico's in de sector. Het gegeven van forse arborisico's in combinatie met een lage naleving in de bedrijven (in 2010 bedroeg het handhavingsperctentage 81%) en het hoge aantal ongevallen, is voor de Inspectie SZW aanleiding geweest om in 2009 een meerjarig programma in deze sector te starten. De belangrijkste resultaten van de controles die de afgelopen jaren zijn bereikt, zijn de duidelijke vermindering van het aantal ongevallen, de verhoogde naleving binnen de bedrijven en de realisatie van nieuwe arbocatalogi samen met de sociale partners. Het succes van de in gang gezette aanpak krijgt een vervolg. Op basis van een integrale risicoanalyse en een herijking van de risico's is een nieuw plan van aanpak voor de komende jaren vastgesteld. Dat is volgens de Inspectie SZW nodig, omdat het aantal ongevallen in de metaalsector nog steeds driemaal zo groot is als gemiddeld in andere bedrijven. Bron: Inspectie SZW 15-12-2016

  • Verbetering faillissementswet verhoogt overlevingskansen


    Bedrijven met betalingsproblemen maken meer kans op een succesvolle reorganisatie als de rechten van schuldeisers opgeschort worden. Om het management van een bedrijf tijdig surseance aan te laten vragen, is het belangrijk dat zij zeggenschap behouden na uitstel van betaling. Dit staat in het onderzoek 'In vier stappen naar efficiëntere faillissementswetgeving' van het Centraal Planbureau dat op 16 januari is gepubliceerd.

    De huidige wetgeving kan volgens het CPB op vier hoofdpunten verbeterd worden. Ten eerste kan er in de wet onderscheid worden gemaakt tussen verschillende categorieën schuldeisers, waarbij voor elke categorie een verschillende afweging gemaakt kan worden over de betaling van schulden. Ten tweede kan er in de wet worden opgenomen dat het management, onder voorwaarden, grotendeels de zeggenschap houdt bij betalingsproblemen. De meeste ontwikkelde economieën hebben dit zo geregeld. Ten derde kan er in de wet worden opgenomen dat de rechten van schuldeisers met onderpand bij een uitstel van betaling en faillissement opgeschort worden. Dit helpt een crediteurenrun te voorkomen en bevordert de kans op een succesvolle doorstart. Ten vierde kan in de wet opgenomen worden dat, om te voorkomen dat individuele schuldeisers een doorstart dwarsbomen, een dwangakkoord bij uitstel van betaling mogelijk is. Een efficiënte faillissementswet draagt bij aan een economie die zich snel aanpast aan veranderende omstandigheden, zoals economische crises en nieuwe technologische ontwikkelingen. De huidige Nederlandse wetgeving lijkt voor verbetering vatbaar: slechts 2,5% van de bedrijven in Nederland die hun schulden niet kunnen betalen maakt een succesvolle doorstart, terwijl dit in de Verenigde Staten 10% is. Ook het aandeel aanvragen voor een uitstel van betaling ligt in Nederland met 4% van het totaal aantal jaarlijkse faillissementsaanvragen veel lager dan bijvoorbeeld in de Verenigde Staten. Bron: CPB 16-01-2016

  • Laagste aantal faillissementen in acht jaar


    Het afgelopen jaar zijn 4.396 bedrijven en instellingen (exclusief eenmanszaken) failliet verklaard. Dat is het laagste aantal na 2008.

    Het aantal uitgesproken faillissementen, voor zittingsdagen gecorrigeerd, piekte in mei 2013. In 2013 bereikte het aantal faillissementen een piek van 8.376. Daarna is het aantal faillissementen drie jaar achter elkaar met ongeveer een vijfde afgenomen. Dit gaat samen met het economisch herstel in Nederland. De dalende trend hield aan tot augustus 2016. Toen werd het voorlopig laagste niveau bereikt na mei 2013. Sindsdien stokt de dalende trend. In bijna alle bedrijfstakken is het aantal faillissementen gedaald. Het sterkst was de daling in de bouwnijverheid. Net als in 2015 zijn in 2016 de meeste faillissementen van bedrijven en instellingen uitgesproken in de handel (952). Daarna volgt de financiële dienstverlening met 758 faillissementen. Dit betrof wel een daling met 20% ten opzichte van het jaar daarvoor. Bron: CBS 16-01-2017

  • Eerste resultaten proefprocedures box 3-heffing


    Rechtbank Breda heeft als eerste uitspraak gedaan in twee proefprocedures over de hoogte van het forfaitaire rendement van 4% over spaargeld. In beide gevallen werd het beroep ongegrond verklaard.

    De belastingplichtigen in beide zaken hadden betoogd dat belastingheffing van 30% over een forfaitair rendement van 4% in strijd is met artikel 1 Eerste Protocol bij het EVRM. Het rendement voor spaartegoeden wijkt namelijk te veel af van zowel het reële als het nominale rendement en daarmee is niet voldaan aan het 'fair balance'-vereiste. In de ene zaak zou hierdoor in 2014 sprake zijn van een feitelijke belastingdruk op spaartegoeden (in termen van reëel rendement) van 317% (in termen van nominaal rendement 74%) en in de andere zaak van een belastingdruk van 500% (91% in termen van nominaal rendement). Volgens de belastingplichtigen is er sprake van een disproportionele inbreuk op het recht van eigendom. Hun grief richt zich niet tegen het forfaitaire systeem als zodanig maar met name tegen het gehanteerde percentage van 4%. Volgens de rechtbank wordt teveel nadruk gelegd op de hoogte van de heffing over spaartegoeden. De rechtbank vindt dat een onjuist perspectief omdat bij box 3-heffing niet wordt gedifferentieerd tussen de verschillende vormen van bezittingen. Het past daarom niet om bij de beoordeling van de box 3-regelgeving een eenzijdige focus te leggen op één soort bezitting, hier spaartegoeden. Daarnaast is de wetgever uitgegaan van de veronderstelling dat belastingplichtigen een zekere actieve houding zouden hebben om - zonder daarbij (veel) risico te nemen - rendement te behalen op hun bezittingen, bijvoorbeeld door te beleggen in staatsobligaties. Volgens de rechtbank zijn voor het door de wetgever voor een reeks van jaren veronderstelde rendement niet de rendementen op (korte-termijn)spaartegoeden maatgevend. Het percentage van 4% is namelijk gebaseerd op een lange-termijnveronderstelling. Indien er vanuit wordt gegaan dat pas voor 2014 geldt dat een rendement van 4% onhaalbaarheid is, dan valt het naar het oordeel van de rechtbank binnen de ruime beoordelingsmarge van de wetgever om niet onmiddellijk voor dat jaar tot wijziging van de box 3-heffing over te gaan. De rechtbank is daarom van oordeel dat de box 3-heffing niet in algemene zin in strijd is met artikel 1 Eerste Protocol in het onderhavige jaar 2014. Bron: Rb. Zeeland-West-Brabant 11-01-2017

  • 2016 normaal cao-seizoen


    In de laatste maand van 2016 kwamen 15 nieuwe cao's tot stand. De gemiddelde afgesproken loonstijging in die cao's is 1,48%. Dat is net onder het jaargemiddelde van 1,5%. In 2016 verliepen in totaal 443 cao's. Daarvan zijn 317 cao's - 72% - daadwerkelijk al in 2016 vernieuwd. Procentueel is dat evenveel als in vorige jaren. Volgens werkgeversvereniging AWVN was 2016 een 'gewoon' cao-seizoen dat zonder noemenswaardige problemen is verlopen. Het aantal conflicten en het aantal stakingsdagen bleef laag, het aantal afgesloten cao's normaal.

    De hoogste loonstijgingen vorig jaar noteerde AWVN in de provincie Zeeland: 1,8%. Daarmee blijft die provincie Flevoland (1,7%) net voor. De gemiddeld laagste stijging werd afgelopen jaar overeengekomen door werkgevers die gevestigd zijn in Utrecht: 1,3%. De regionale verschillen hangen samen met de aard van de bedrijvigheid in de verschillende provincies. In Zeeland heeft de industrie de overhand, in Utrecht dienstverlening. Sinds een aantal jaren zijn de loonafspraken in de meeste industriële sectoren merkelijk hoger dan die in bijvoorbeeld (financiële) dienstverlening en detailhandel. Deze verschillen lopen globaal gelijk met oriëntatie op export (industrie) of de binnenlandse markt. Bron: AWVN 5-01-2017

  • Regeling ketenbepaling bijzondere functies uitgebreid


    Minister Asscher van SZW breidt het aantal functies uit waarbij de ketenregeling bij cao buiten toepassing wordt verklaard. Onlangs zijn daar functies in het primaire onderwijs en podiumkunsten aan toegevoegd.

    Om te voorkomen dat toepassing van de ketenbepaling tot onaanvaardbare consequenties zou leiden, maakt de wet het mogelijk dat de minister van SZW toestemming verleent om bij cao de ketenbepaling voor specifieke functies geheel of gedeeltelijk buiten toepassing te verklaren. Cao-partijen kunnen bij de minister van SZW een gezamenlijk verzoek indienen om de ketenbepaling buiten toepassing te verklaren voor bepaalde functies in hun bedrijfstak. Het moet dan gaan om functies waarbij het bestendig gebruik is en, vanwege de intrinsieke aard van de bedrijfsvoering, noodzakelijk is de arbeid uitsluitend te verrichten op grond van arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd en waarvoor de gemaximeerde afwijkingsgrond bij cao (maximaal 6 contracten in maximaal 4 jaar) onvoldoende soelaas biedt. Op 30 juni 2015 is de ministeriële regeling gepubliceerd die bepaalt om welke functies het gaat (Regeling ketenbepaling bijzondere functies en hogere vergoeding kantonrechter). In de toen gepubliceerde regeling ging het met name om een aantal functies op het gebied van sport en cultuur. Met het toevoegen van functies in het primaire onderwijs en podiumkunsten is de regeling op 22 december 2016 uitgebreid. De uitbreiding betreft de volgende functies: 1. onderwijsgevend personeel of onderwijsondersteunend personeel met lesgebonden of behandeltaken, voor zover deze functie wordt uitgeoefend in verband met vervanging wegens onvoorzien ziekteverzuim op basis van een arbeidsovereenkomst met een looptijd van ten hoogste 14 dagen die is ingegaan in de maanden januari tot en met maart; 2. artistieke functies, artistieke steunfuncties en productie- of voorstellingsgebonden functies in de podiumkunstensectoren toneel en dans. Bron: Stcrt 2017, 132

  • Voorwaarden voor verhoogde schenkingsvrijstelling eigen woning


    De staatssecretaris heeft naar aanleiding van de herinvoering van de verhoogde schenkingsvrijstelling (Belastingplan 2016) voor de eigen woning, de uitvoeringsregeling schenk- en erfbelasting aangepast. Naast een nieuw artikel 5: Schenking ten behoeve van de eigen woning zijn in de toelichting op deze regeling een aantal voorbeelden opgenomen.

    In het nieuwe artikel 5 staan de voorwaarden waaraan moet worden voldaan om de verhoogde vrijstelling te kunnen toepassen. De vrijstelling van € 100.000 geldt in beginsel voor één kalenderjaar, maar mag in de twee daaropvolgende jaren alsnog worden benut als het in het eerste jaar een deel van de vrijstelling niet is benut. Voor de samenloop tussen de nieuwe verhoogde vrijstelling en de voor 1 januari 2017 bestaande verhoogde vrijstellingen is overgangsrecht opgesteld (zie: Schenkingsvrijstelling: actie in 2016?). De aangepaste uitvoeringsregeling is uitdrukkelijk niet van toepassing op dit overgangsrecht. In de voorbeelden in de toelichting wordt uitgewerkt wanneer aan de bestedingseis wordt voldaan. Zo moet ten minste € 75.000 van het vrijgestelde bedrag besteed worden aan de eigen woning. Een bedrag van € 25.000 (de eenmalige vrijstellng die is afgerond voor de voorbeelden, in 2017: € 25.526) is vrij besteedbaar. Daarnaast zijn er nog een aantal voorbeelden opgenomen die rekening houden met een benutting van de vrijstelling over meerdere jaren. Bron: MvF 29-12-2016

  • Negatieve waarde renteswap niet ten laste van winst


    Menig ondernemer heeft bij financiering in combinatie met een renteswap ter afdekking van het renterisico de nadelige gevolgen ondervonden van de al jaren dalende marktrente. Het treffen van een voorziening door de negatieve waarde van een renteswap ten laste te brengen van de fiscale winst is volgens Rechtbank Zeeland-West-Brabant in strijd met goedkoopmansgebruik.

    Een glastuinbouwer sluit oktober 2009 een financiering af bij de Rabobank voor een totaalbedrag van € 3.945.000. De financiering bestaat uit verschillende leningen en een kredietfaciliteit met verschillende (variabele) rentes en looptijden. In november van datzelfde jaar gaat de tuinder met de Rabobank een renteswap aan, waarbij hij zich verplicht tot betaling van een vaste rente van 3,04% op jaarbasis in ruil voor betaling van een (nog vast te stellen) variabele rente (3 maands-euribor) door de Rabobank. Het nominale bedrag van de renteswap (looptijd 7 jaar) is variabel; het nominale bedrag neemt per drie maanden met € 20.250 af. In een overzicht van de Rabobank van 24 april 2013 is de renteswap op 31 december 2012 gewaardeerd op een negatieve waarde van € 48.302,65. In zijn aangifte Vpb 2012 heeft de tuinder de negatieve waarde van de renteswap opgevoerd als een voorziening en ten laste van de belastbare winst gebracht. Eind 2014 heeft de tuinder de renteswap afgekocht en hiervoor een bedrag van € 24.050 voldaan aan de Rabobank. De inspecteur corrigeert de aangifte Vpb 2012. In geschil is of de negatieve waarde van de renteswap ten laste van de belastbare winst in 2012 mag worden gebracht. De rechtbank overweegt dat ingevolge van art. 8 lid 1 Wet Vpb in verbinding met art. 3.25 Wet IB de jaarwinst wordt bepaald volgens goed koopmansgebruik. Daarbij geldt in beginsel dat ten laste van de winst van een bepaald jaar slechts die bedrijfslasten kunnen worden gebracht, welke op dat jaar betrekking hebben. Niet ter discussie staat dat de negatieve waarde van de renteswap wordt veroorzaakt door de (hogere) toekomstige rentelasten doordat de marktrente sedert het aangaan van de renteswap is gedaald. Ook is niet in geschil dat de negatieve marktwaarde in wezen de contante waarde is van het verschil tussen de overeengekomen vaste rente van 3,04% en de variabele rente (3 maands-euribor), te betalen gedurende het restant van de looptijd over de voor ieder kwartaal geldende nominale som. Volgens de rechtbank heeft de tuinder in feite de contante waarde van toekomstige (potentiële) rentelasten in het onderhavige jaar tot uitdrukking laten komen. Door middel van het vormen van een voorziening is een rentelast die betrekking heeft op toekomstige jaren in 2012 ten laste van de winst gebracht. Naar het oordeel van de rechtbank is een dergelijke verwerkingswijze in strijd met het beginsel van goed koopmansgebruik. Deze verwerkingswijze heeft immers tot gevolg dat bij de jaarwinstberekening rentelasten in aanmerking worden genomen die betrekking hebben op toekomstige jaren. De inspecteur heeft dan ook terecht geweigerd dat de negatieve waarde van de renteswap bij de bepaling van de belastbare winst in aftrek wordt gebracht. Bron: Rb. Zeeland-West-Brabant 22-09-2016 (publ. 2-01-2016)

  • In 2016 grootste cao-loonstijging sinds 2009


    In 2016 zijn de cao-lonen met 1,9% gestegen. Dit is de grootste toename sinds 2009. Ook over het laatste kwartaal van 2016 was de stijging 1,9%. In het derde kwartaal was dat nog 2,1%.

    De contractuele loonkosten (cao-lonen plus werkgeverspremies) stegen met 2,0%. Daarmee lag de ontwikkeling van de contractuele loonkosten weer hoger dan de stijging van de cao-lonen, zoals dat in de afgelopen vijftien jaar vrijwel steeds het geval is geweest. Alleen de jaren 2006, 2007 en 2015 vormen daarop een uitzondering. In die perioden gingen bijdragen van werkgevers aan premies zoals pensioen, arbeidsongeschiktheid of WW omlaag. Daardoor konden de loonkosten minder stijgen dan de lonen. De stijging van de cao-lonen lag vorig jaar ruim boven de inflatie. Die bedroeg vorig jaar gemiddeld 0,3%. Het verschil tussen de loonstijging en de stijging van de consumentenprijzen (in het vierde kwartaal 0,7%, in december oplopend tot 1%) was in het laatste kwartaal wel kleiner dan in het derde kwartaal. Bij de cao- sector overheid namen de lonen in 2016 met 3,4% het meest toe. Bij particuliere bedrijven en in de gesubsidieerde sector was dat achtereenvolgens 1,7 en 1,4%. De loonstijgingen bij de overheid betroffen in feite een inhaalslag; vorig jaar kwam er een loonruimteakkoord tot stand waarin loonruimteafspraken zijn gemaakt voor vrijwel de gehele overheidssector. De hoogste cao-loonstijging op het niveau van de bedrijfstakken deed zich voor in het onderwijs (3,9%), dat voor het overgrote deel valt onder de cao-sector overheid. Dit komt voornamelijk door de loonsverhogingen in de vier grote onderwijscao's. In de financiële dienstverlening namen de lonen met 0,9% het minst toe. Bron: CBS, 5-1-2017

  • Onderhandelingsresultaat ICT-branche


    Vlak voor het afsluiten van het jaar zijn de partijen bij de cao voor de Informatie-, communicatie- en kantoortechnologiebranche (Werkgeversvereniging ICT, De Unie en CNV Vakmensen) tot een onderhandelingsresultaat gekomen voor een nieuwe cao per 1 januari.

    De nieuwe cao zal, als de achterbannen met het onderhandelingsresultaat instemmen, een looptijd krijgen van één jaar (t/m 31 december 2017). Gedurende die looptijd krijgen de werknemers een loonsverhoging van 1,5% (per 1 januari). Daarnaast wordt de Doelenuitkering op 1 januari 2017 verhoogd naar 3%. De Eindeboekjaaruitkering, voor ondernemingen waar geen afspraken over collectieve doelstellingen zijn gemaakt, wordt per 1 januari 2017 verhoogd naar 2,1%. Daarnaast zijn in het onderhandelingsresultaat afspraken opgenomen over de mantelzorg (voortzetting project), participatiewetgeving (voortzetting project Bewustwording Participatiewetgeving), duurzame inzetbaarheid en derde ww-jaar (overleg zodra meer duidelijkheid is. Bron: De Unie 6-01-2017

 

over ons

wij
begrijpen cijfers,
al ruim 25 jaar

Administratiekantoor Van Helden wil mensen helpen, door hen financieel inzicht en overzicht te bieden. Dat doen we door praktische overzichten te maken en door het administratieve proces zo efficiënt mogelijk in te richten. Maar ook door onze klanten persoonlijk te benaderen.
Onze producten en diensten sluiten daarop aan. Ons fonds steunt goede doelen en projecten die Utrecht een warm hart toedragen, zowel op sociaal als maatschappelijk gebied.

Onze visie
Van Helden bestaat al meer dan 25 jaar; een begrip in Utrecht en omgeving. Oprichter meneer Van Helden nam de tijd voor zijn klanten, zodat ze op maat advies kregen en inzicht en overzicht in hun eigen financiën. Dat is nog steeds de basis van ons bedrijf.

Wij zijn ‘de nieuwe helden’ van uw financiën. Wij hebben de overtuiging dat administratieve processen steeds makkelijker kunnen. Dat u gedeelten ook prima digitaal kunt aanleveren en daardoor ook steeds meer zelf inzicht krijgt in het proces en overzicht van uw financiën. Dat helpt u en uw bedrijf om betere strategische beslissingen te nemen.

We luisteren naar u, we denken met u mee en we zijn via diverse kanalen bereikbaar.

 

diensten

wat wij voor u kunnen betekenen

We gaan ervoor om uw boekhouding, loonadministratie, jaarcijfers, fiscale aangiften deskundig en zo efficiënt mogelijk voor u te verzorgen tegen een aantrekkelijke prijs. Ondernemen is al duur genoeg.
Doet u een deel van uw boekhouding zelf? Dan helpen we u graag met onderdelen, zoals de jaarrekening en coachen we u als u tegen problemen aanloopt of vragen hebt.

boekhouding

jaarcijfers

salaris- administratie

aangiften

fiscaal advies

boekhouding;


We werken met Exact Online. U dient uw nota’s makkelijk digitaal in en ze worden automatisch verwerkt in een handig overzicht: de balans en de winst- en verliesrekening. Op elk moment heeft u online inzage in uw boekhouding. Heeft u daarover vragen? Dan nemen wij graag de cijfers met u door.

jaarcijfers;


Als u door ons de complete boekhouding laat verzorgen, dan stellen wij ook de jaarstukken op. Deze jaarstukken zijn weer de basis voor de belastingaangifte die we voor u doen en we leveren de stukken ook aan bij de Kamer van Koophandel. Hierbij zetten wij de automatisering optimaal in om zo efficiënt mogelijk te werken.

Doet u de administratie zelf? Dan vatten wij uw boekhouding samen, we rubriceren en analyseren de cijfers en verzorgen een overzichtelijke rapportage voor u.

salarisadministratie;


We voorzien uw personeel tijdig van loonstroken, we rekenen u de gevolgen van nieuw personeel voor, zodat u de werkgeverslasten en de loonbelastingaangiften kunt inschatten.
Dit proces gaat grotendeels digitaal via uw persoonlijke, digitale omgeving.

aangiften;


Van Helden doet de aangiften voor de omzetbelasting meestal per kwartaal, de aangifte loonbelasting maandelijks en de inkomstenbelasting jaarlijks. Voor een BV doen we jaarlijks de aangifte voor de vennootschapsbelasting.
Ons uitgangspunt is, dat belasting betalen nodig is om gemeenschappelijk kosten te delen, maar dan willen we wel graag dat dat op een eerlijke manier gebeurt en verdeeld wordt.
Wij zullen de fiscale ruimte die er is, dan ook benutten en zo nodig met de belastingdienst de discussie aangaan als er onterecht wordt afgeweken van onze aangifte.

fiscaal advies;


Ondernemers kunnen bij ons ook terecht voor fiscaal advies, daarvoor is het niet nodig dat wij ook uw boekhouding of jaarstukken verzorgen. Wij zien het als onze taak om u zo goed mogelijk te adviseren als we bij uw boekhouding fiscale aspecten tegenkomen.

Mocht u fiscale vragen hebben, dan beantwoorden we die graag. Binnenkort kunt u kiezen uit verschillende abonnementsvormen wat betreft fiscaal advies en fiscale begeleiding.

 

van helden fonds

Van Helden fonds: wat wij teruggeven

 

vraag & antwoord

wat is uw vraag?

1

hoe gaat Van Helden in de praktijk te werk?

We maken met u een afspraak bij ons op kantoor of bij u. We hechten eraan dat er een klik is tussen adviseur en klant. Zijn we het eens over het werk en de kosten? Dan maken we vervolgafspraken over oa. de frequentie van rapportages en deadlines van de belastingen.

2

waar kan ik inloggen om mijn cijfers in te voeren?

Dat kan hier: Exact Online

Let op:
U bent altijd zelf verantwoordelijk voor de belastingaangifte. Ook als deze door uw boekhouder is verzorgd en daarin fouten zijn gemaakt.

3

wie is er aansprakelijk voor de aangifte?

Het is onze taak de aangifte deskundig en zorgvuldig te behandelen.
De klant blijft altijd inhoudelijk verantwoordelijk voor zijn of haar belastingaangifte.

4

wat kan ik zelf aan de administratie doen?

U kunt uw hele administratie zelf doen in een eigen boekhoudpakket en ook gebruik maken van Exact Online. Daar kunt u ook facturen aanmaken die direct in de boekhouding worden gezet. Dat bespaart u invoerkosten.

5

met welke boekhoud- pakketten werken jullie?

We werken met King en Exact Online. Daar werken we al heel lang mee. Dit is een degelijk pakket waarop de boekhouding op professionele wijze kan worden gevoerd. Het werkt snel, geeft goed overzicht en financieel inzicht.

6

werkt Van Helden ook samen met derden?

Ons kantoor werkt samen met kleine en grote accountantsbureaus waar het gaat om accountantsverklaringen of complexere fiscale vraagstukken.

7

wat kost het om jullie in te huren?

* Kleine administratie inclusief aangifte btw: vanaf € 50 pm
* Loonadministratie: vanaf € 20 pm
* Jaarrekening of jaarstukken belastingdienst: vanaf € 500 pj
* Belastingaangifte ondernemer: vanaf € 175

8

zijn er minder kosten bij meer diensten?

Bij een combinatie van onze diensten kunnen we efficiënter werken, zodat onze totaalprijs vanaf € 100 per maand kan worden aangeboden.
Dat hangt vooral af van de hoeveelheid en aard van de mutaties in de boekhouding.

9

wanneer moeten mijn aangiften zijn ingediend?

De maand na elk kwartaal moet de aangifte omzetbelasting zijn ingediend en betaald, uiterlijk voor 1 april. Aangiften vennootschapsbelasting uiterlijk voor 1 juni het jaar erop. Als belastingconsulent hebben we de mogelijkheid om gespreid de aangiftes in te dienen.

10

..of
stel
zelf een
vraag

 
 

contact

u vindt ons in utrecht

 

Van Helden B.V.
Othellodreef 45
3561 GS Utrecht

030 262 56 90
info@vanheldenbv.nl

volg ons:

contactformulier

nieuwsbrief ontvangen?

download algemene voorwaarden © van Helden b.v. 2017